TrialResults Center

ScreenHunter_01 Apr. 11 21.40TrialResults-center is the first resource to provide immediate access to morbid-mortality clinical trials results direct to your PC. The TrialResults-center Database provides a unique view of the treatment efficacy based on all data provided directly from landscape clinical trial results, offering a valuable alternative to personal bibliographic search, published meta-analysis, etc.

The number of clinical trials published each year in cardiology continues to grow, making it unwieldy and time-consuming to stay on top of advances, especially those in adjacent fields. TrialResults-center saves you time by identifying the randomized clinical trials and providing rigorous assessment and results synthesis that show the key findings and the clinical impact of these trials.

TrialResults-center can streamline the process of researching facts about treatment efficacy, finding completed and ongoing clinical trials, and accessing the latest information on treatment efficacy. Whether you’re a researchers, allied health professionals, physicians, TrialResults-center can save you time and money, giving you access to valuable information available from no other source.

This is a public and non-profit service. Users from all over the world have free access to the complete database information. TrialResults-center was created and is currently being maintained by Dr Michel Cucherat.

For more information, and for updating your knowledge, go to: http://www.trialresultscenter.org/about_trialys.asp

Hypoglycemie bij insuline behandeling

hypoHet bloedglucose verlagende effect van insuline wordt bij het gezonde individu zeer snel tegengewerkt door glucagon en adrenaline. Cortisol en groeihormoon hebben een uitgesteld effect en zijn van belang voor de tegenregulatie tijdens vasten. Bij de patiënt met type 1 diabetes, zeker wanneer deze langer dan 10 – 15 jaar bestaat, reageren de A-cellen vaak niet meer op hypoglycemie en op den duur kan ook de adrenalinesecretie onvoldoende worden.

Het wordt voor de patiënt dan steeds moeilijker een hypoglycemie op te merken. Dit heet ‘hypoglycemia unawareness': de patiënt is zich niet bewust van de hypoglycemie, mist de klassieke symptomen, en kan daardoor in een door neuroglycopenie veroorzaakt coma belanden. Het is lang niet zeker dat dit beeld vooral aan insufficiënte hormonale tegenregulering moet worden toegeschreven. De cognitieve disfunctie kan ook samenhangen met veranderingen in de drempelwaarde voor het transport van glucose uit het bloed naar de hersenen. Continue reading Hypoglycemie bij insuline behandeling

MIDD, Maternally Inherited Diabetes and Deafness

MIDD, ofwel Maternally Inherited Diabetes and Deafness, is een zeldzame, mitochondriëel erfelijke vorm van diabetes mellitus, waarbij de pancreas onvoldoende insuline afgeeft en vaak gepaard gaat met doofheid of slechthorendheid en soms ook met andere problemen, zoals nierproblemen en spierzwakte. MIDD wordt doorgegeven van moeder op kind en komt in Nederland bij minder dan 1% van de mensen met diabetes voor. MIDD wordt meestal tussen het 30e en 40e levensjaar ontdekt, heeft zowel kenmerken van type 1 als type 2 diabetes en verschilt in vorm en ernst per persoon. Continue reading MIDD, Maternally Inherited Diabetes and Deafness

Wat is type 2 diabetes mellitus ?

De grote meerderheid van de diabetespatiënten heeft type 2 diabetes. Velen van hen hebben overgewicht. Zij neigen niet gauw tot ketoacidose en zijn daarom in de beginfase niet afhankelijk van insuline. Deze patiënten hebben dan ook geen absolute, maar wel een relatieve insulinedeficiëntie: vooral de normaal aanwezige snelle eerste fase van de insulinesecretie is door een stijging van de glucosespiegel niet meer op te wekken, maar nog wel aantoonbaar door toediening van aminozuren of een sulfonylureumpreparaat.

De disfunctie van de eilandjes van Langerhans (waarin initieel de B-cellen kwantitatief niet zijn verminderd, maar de A-cellen zijn toegenomen) lijkt het gevolg van een ‘blindheid’ voor glucose van beide soorten cellen: ondanks hyperglycemie is er te weinig insuline en te veel glucagon. Langdurige hyperglycemie is blijkbaar schadelijk voor de endocriene cellen, want normoglycemie vermindert de disfunctie. In een ‘vergevorderd stadium’ van type 2 diabetes kan wel een absoluut insulinetekort ontstaan en dient de patient te worden behandeld met insuline. Continue reading Wat is type 2 diabetes mellitus ?

Wat is type 1 diabetes mellitus ?

Type 1 diabetes mellitus, vroeger ook wel Insuline-Afhankelijke Diabetes Mellitus (IADM) genoemd of Insulin Dependent Diabetes Mellitus (IDDM) is een chronische aandoening en openbaart zich veelal op jeugdige leeftijd.. Type 1 diabetes betreft circa 10% van het totale aantal mensen met diabetes. Type 1 diabetes is het resultaat van een auto-immuunproces dat geleidelijk de B-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier verwoest. Continue reading Wat is type 1 diabetes mellitus ?

Wat is HbA1c ?

hba1cv2Voor objectieve waarneming van de glucoseregulatie in het bloed, is naast controle van de bloedglucose ook de laboratoriumcontrole van het HbA1c van belang. De HbA1c-waarde geeft een beeld van de gemiddelde bloedglucosewaarde in de afgelopen 5-6 weken en geeft, samen met de gemeten bloedglucosewaarden op verschillende tijdstippen, een indicatie hoe de behandeling van de diabetes verloopt.

Vanaf 6 april 2010 is de eenheid van de HbA1c-waarde veranderd. Deze was uitgedrukt in percentage, maar wordt nu weergegeven in mmol/mol. De getallen veranderen hierdoor. Zo wordt een HbA1c-waarde van 7% in de nieuwe eenheid gerapporteerd als 53 mmol/mol. Een daling van 1% is een daling nu van 11 mmol/mol. De reden die voor de verandering werd opgegeven was wereldwijde harmonisatie. Aangezien aan de waarde zoals die in Nederland wordt gemeten helemaal niets is veranderd, is deze verandering eigenlijk weinig zinvol geweest, zeker omdat miljoenen mensen met diabetes en hun hulpverleners prima met de ‘oude’ waarden uit de voeten konden.

Streefwaarden: volwassenen 7.0%, 53 mmol/l, kinderen 7.5%, 58 mmol/l. Voor ouderen zijn de streefwaarden iets minder strict.

Bij volwassenen en kinderen zonder diabetes zijn de normale HbA1c waarden 4.2-6.1%, : 20 – 42 mmol/l.

Prevalentie van diabetes mellitus

De prevalenties van type 1 en van type 2 diabetes nemen snel toe. Type 2 diabetes is verantwoordelijk voor meer dan 90% van de gevallen . Deze aandoening heeft inmiddels epidemische vormen aangenomen. Naar schatting zijn er meer dan 180 miljoen mensen met diabetes wereldwijd, en dit aantal zal in het jaar 2030 zijn toegenomen tot meer dan 360 miljoen. . – In Nederland waren er in 2012 circa 900.000 mensen met diabetes;  Jaarlijks komen er ongeveer 71.000 mensen met diabetes bij. Het RIVM voorspelt dat het aantal personen met diabetes tussen 2005 en 2025 met een derde toeneemt. Daarmee heeft diabetes de sterkste stijging onder de chronische aandoeningen;

Naar schatting zijn er op dit moment nog eens 750.000 mensen met een verhoogd risico om in de komende jaren diabetes te ontwikkelen. Continue reading Prevalentie van diabetes mellitus

GLP1-agonisten waardevol bij type 2 diabetes

Een uitermate lezenswaardig artikel, deze audit van de ABCD groep. De conclusie: de Engelse NICE richtlijnen zijn niet-evidence-based en unfair.

GLP1actionDe originele bron:

The NICE guidelines for the use of diabetes therapies serve an important purpose of recommending use of treatments that are evidence-based and cost-effective. This is particularly pertinent in an era of rising healthcare costs. However, in their present form, the NICE guidelines for GLP-1 receptor agonists (GLP-1ra)  essentially prevent their use in patients with more advanced diabetes who still requireeffective treatment. Specifically:

1. More clinical trials and cost-effectiveness analyses are needed in obese patients with more advanced diabetes. The issue is not the comparative costs of third line diabetes treatment, but that of the comparative costs and effectiveness in patients already on third line therapy who require treatment intensification (such as by escalating insulin doses or using a GLP-1ra). Creative solutions such as an agreement to combine cheaper human insulin with a GLP-1ra could be explored, but requires considerations of the potential disadvantages of older insulins compared with insulin analogues.

2. The addition of a GLP-1ra to three oral antidiabetic drugs was as effective as adding a GLP-1ra to one or two drugs, thus the escalation to GLP-1ra rather than insulin should be considered a viable treatment algorithm among patients on three oral antidiabetic drugs.

3. Due to the risk of glycaemic deterioration we would caution clinicians against substituting concurrent diabetes treatment to appear to adhere to guidelines when a GLP-1ra is started.

4. The general requirement by NICE for BMI to be >35 kg/m2 is not strictly evidenced-based. This strategy to improve cost-effectiveness may be counter-productive if glycaemic improvement is diminished in more obese patients.

5. Few patients also meet the criteria for continuing GLP-1ra therapy. We propose that patients who achieved significant HbA1c reduction but not weight reduction be allowed to continue GLP-1ra treatment.

6. The NICE criterion of >1% HbA1c reduction as a requirement for continued GLP-1ra treatment unfairly favours patients with higher baseline HbA1c. This should be replaced by a target HbA1c reduction that is indexed to an individual’s baseline HbA1c.

Voor het volledige artikel, zie: http://www.bjdvd.com/index.php/bjdvd/article/view/15/43