Select Page

Zwangerschapsdiabetes en MODY

pregnantBijzonder goed artikel van een groep onderzoekers uit de VS over zwangerschap bij vrouwen met twee vormen van MODY.
De conclusie:
“Hyperglycemia in HNF-1α pregnancies is easily managed with current insulin protocols, in contrast glycemic excursions are difficult to manage in GCK pregnancies. There was an increased percentage of miscarriages in GCK pregnancies highlighting the importance of a diagnosis of GCK-MODY in women prior to conception and the necessity for pre-conception care.”
Voor het volledige artikel, zie: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25935773

 

Insulin therapy causus ugly macrophages to invade your adipose tissue

Interesting article discussing how the start of insulin therapy in patients with type 2 diabetes mellitus promotes the influx of macrophages into subcutaneous adipose tissue. A thing which you do not want to happen, and which promotes inflammation.
The authors are Jansen HJ, Stienstra R, van Diepen JA, Hijmans A, van der Laak JA, Vervoort GM, Tack CJ. Source: Diabetologia. 2013 Dec;56(12):2573-81.

AIMS/HYPOTHESIS:
Insulin therapy in patients with type 2 diabetes mellitus is accompanied by weight gain characterised by an increase in abdominal fat mass. The expansion of adipose tissue mass is generally paralleled by profound morphological and inflammatory changes. We hypothesised that the insulin-associated increase in fat mass would also result in changes in the morphology of human subcutaneous adipose tissue and in increased inflammation, especially when weight gain was excessive.

METHODS:
We investigated the effects of weight gain on adipocyte size, macrophage influx, and mRNA expression and protein levels of key inflammatory markers within the adipose tissue in patients with type 2 diabetes mellitus before and 6 months after starting insulin therapy.

RESULTS:
As expected, insulin therapy significantly increased body weight. At the level of the subcutaneous adipose tissue, insulin treatment led to an influx of macrophages. When comparing patients gaining no or little weight with patients gaining >4% body weight after 6 months of insulin therapy, both subgroups displayed an increase in macrophage influx. However, individuals who had gained weight had higher protein levels of monocyte chemoattractant protein-1, TNF-α and IL-1β after 6 months of insulin therapy compared with those who had not gained weight.

CONCLUSIONS/INTERPRETATION:
We conclude that insulin therapy in patients with type 2 diabetes mellitus improved glycaemic control but also induced body weight gain and an influx of macrophages into the subcutaneous adipose tissue. In patients characterised by a pronounced insulin-associated weight gain, the influx of macrophages into the adipose tissue was accompanied by a more pronounced inflammatory status.

TRIAL REGISTRATION:
ClinicalTrials.gov: NCT00781495.

FUNDING:
The study was funded by European Foundation for the Study of Diabetes and the Dutch Diabetes Research Foundation.

 

TrialResults Center

ScreenHunter_01 Apr. 11 21.40TrialResults-center is the first resource to provide immediate access to morbid-mortality clinical trials results direct to your PC. The TrialResults-center Database provides a unique view of the treatment efficacy based on all data provided directly from landscape clinical trial results, offering a valuable alternative to personal bibliographic search, published meta-analysis, etc.

The number of clinical trials published each year in cardiology continues to grow, making it unwieldy and time-consuming to stay on top of advances, especially those in adjacent fields. TrialResults-center saves you time by identifying the randomized clinical trials and providing rigorous assessment and results synthesis that show the key findings and the clinical impact of these trials.

TrialResults-center can streamline the process of researching facts about treatment efficacy, finding completed and ongoing clinical trials, and accessing the latest information on treatment efficacy. Whether you’re a researchers, allied health professionals, physicians, TrialResults-center can save you time and money, giving you access to valuable information available from no other source.

This is a public and non-profit service. Users from all over the world have free access to the complete database information. TrialResults-center was created and is currently being maintained by Dr Michel Cucherat.

For more information, and for updating your knowledge, go to: http://www.trialresultscenter.org/about_trialys.asp

 

Hypoglycemie bij insuline behandeling

hypoHet bloedglucose verlagende effect van insuline wordt bij het gezonde individu zeer snel tegengewerkt door glucagon en adrenaline. Cortisol en groeihormoon hebben een uitgesteld effect en zijn van belang voor de tegenregulatie tijdens vasten. Bij de patiënt met type 1 diabetes, zeker wanneer deze langer dan 10 – 15 jaar bestaat, reageren de A-cellen vaak niet meer op hypoglycemie en op den duur kan ook de adrenalinesecretie onvoldoende worden.

Het wordt voor de patiënt dan steeds moeilijker een hypoglycemie op te merken. Dit heet ‘hypoglycemia unawareness’: de patiënt is zich niet bewust van de hypoglycemie, mist de klassieke symptomen, en kan daardoor in een door neuroglycopenie veroorzaakt coma belanden. Het is lang niet zeker dat dit beeld vooral aan insufficiënte hormonale tegenregulering moet worden toegeschreven. De cognitieve disfunctie kan ook samenhangen met veranderingen in de drempelwaarde voor het transport van glucose uit het bloed naar de hersenen. (more…)

MIDD, Maternally Inherited Diabetes and Deafness

MIDD, ofwel Maternally Inherited Diabetes and Deafness, is een zeldzame, mitochondriëel erfelijke vorm van diabetes mellitus, waarbij de pancreas onvoldoende insuline afgeeft en vaak gepaard gaat met doofheid of slechthorendheid en soms ook met andere problemen, zoals nierproblemen en spierzwakte. MIDD wordt doorgegeven van moeder op kind en komt in Nederland bij minder dan 1% van de mensen met diabetes voor. MIDD wordt meestal tussen het 30e en 40e levensjaar ontdekt, heeft zowel kenmerken van type 1 als type 2 diabetes en verschilt in vorm en ernst per persoon.
De bijbehorende doofheid of slechthorendheid treedt meestal 10 tot 15 jaar eerder op voordat de diabetes ontstaat. Veel mensen met MIDD hebben door de stoornis in de mitochondriën ook problemen met de energiestofwisseling in de spieren, en daardoor bij inspanning snel klachten van spierpijn en vermoeidheid.
Met genetisch onderzoek kan MIDD worden aangetoond. MIDD wordt vermoed als de moeder diabetes heeft en bovengenoemde problemen zich voordoen. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven. Dit is vooral van belang omdat bepaalde medicijnen, zoals metformine en statines, bij deze patiënten zijn gecontraïndiceerd.

 

LADA, Latent Autoimmune Diabetes in Adults

LADA, ofwel Latent Autoimmune Diabetes in Adults, is een ‘sluimerende vorm’ van type 1 diabetes bij volwassenen en ontstaat meestal boven de 35 jaar. Bij het ontstaan van LADA spelen zowel genetische als omgevingsfactoren een rol.
Naar schatting hebben meer dan 15% van de mensen met de diagnose type 2 diabetes eigenlijk de LADA vorm. Over het algemeen is er geen sprake van overgewicht. LADA wordt nog vaak gediagnosticeerd als type 2 diabetes en als zodanig behandeld.
Wanneer echter bij een volwassene diabetes ontstaat en er is geen sprake van overgewicht, is het belangrijk om tijdig nader te onderzoeken of het om de LADA-vorm gaat, er kan dan zo snel mogelijk met insulinebehandeling gestart worden. Mogelijk kan dat helpen om het afbraakproces van de bètacellen af te remmen, zodat de eigen insulineproducerende cellen langer behouden kunnen worden.
Bloedonderzoek naar antistoffen tegen de insulineproducerende bètacellen kan helpen om de diagnose LADA te stellen.

 

Wat is type 2 diabetes mellitus ?

2De grote meerderheid van de diabetespatiënten heeft type 2 diabetes. Velen van hen hebben overgewicht. Zij neigen niet gauw tot ketoacidose en zijn daarom in de beginfase niet afhankelijk van insuline. Deze patiënten hebben dan ook geen absolute, maar wel een relatieve insulinedeficiëntie: vooral de normaal aanwezige snelle eerste fase van de insulinesecretie is door een stijging van de glucosespiegel niet meer op te wekken, maar nog wel aantoonbaar door toediening van aminozuren of een sulfonylureumpreparaat.

De disfunctie van de eilandjes van Langerhans (waarin initieel de B-cellen kwantitatief niet zijn verminderd, maar de A-cellen zijn toegenomen) lijkt het gevolg van een ‘blindheid’ voor glucose van beide soorten cellen: ondanks hyperglycemie is er te weinig insuline en te veel glucagon. Langdurige hyperglycemie is blijkbaar schadelijk voor de endocriene cellen, want normoglycemie vermindert de disfunctie. In een ‘vergevorderd stadium’ van type 2 diabetes kan wel een absoluut insulinetekort ontstaan en dient de patient te worden behandeld met insuline. Een andere oorzaak van de hyperglycemie is de resistentie tegen insuline die vooral bij obese patiënten in spier-, vet- en leverweefsel kan worden aangetoond. Men neemt aan dat het hierbij gaat om stoornissen op receptor- of postreceptorniveau, die bij de patiënt met type 2 diabetes vooral leiden tot een verminderde glycogeensynthese in spierweefsel, mogelijk via een defect in het metabolisme van de ‘glucosetransporter’, en een verminderde vetzuuroxidatie.

Type 2 diabetes is niet geassocieerd met bepaalde HLA-typen en autoantistoffen worden meestal niet gevonden. Deze vorm van diabetes is veel sterker erfelijk bepaald dan type 1 diabetes: bij identieke tweelingparen wordt concordantie (beide partners diabetes) voor type 2 diabetes van meer dan 90% gevonden.

In de afgelopen jaren zijn een aantal genen geïdentificeerd die de kans op het ontstaan van type 2 diabetes vergroten. Van een aantal van deze genen is aannemelijk gemaakt dat zij te maken hebben met betacel ontwikkeling of -massa, van een aantal andere is de preciese functie nog onbekend. Er zijn slechts enkele genetische factoren, waarvan een verband met insulineresistentie kan worden aangetoond.
Vaak wordt type 2 diabetes bij toeval ontdekt bij een asymptomatische patiënt boven de leeftijd van 40 jaar, maar het kan ook op jeugdige leeftijd voorkomen. In dit laatste geval dient te worden gedacht aan ‘maturity onset diabetes of the young’ (MODY). Er zijn inmiddels verschillende vormen van MODY beschreven, en de specifieke onderliggende genetische stoornissen zijn redelijk goed bekend.
Naast een duidelijke genetische erfelijke aanleg spelen overgewicht en onvoldoende lichaamsbeweging een belangrijke rol bij het ontstaan van diabetes type 2. Vooral door overgewicht wordt insulineresistentie, ofwel een verminderde gevoeligheid voor insuline veroorzaakt, waardoor relatief meer insuline nodig is dan normaal. Ook is bij type 2 diabetes de response op twee belangrijke darmhormonen, incretinehormonen, het GLP-1 en GIP, sterk verminderd, wat via een breed effect uiteindelijk invloed heeft op de bloedglucoseregulatie.

De klachten bij type 2 diabetes kunnen zo gering zijn, dat er niet aan diabetes gedacht wordt. De klachten treden meestal zeer geleidelijk op, maar kunnen uiteindelijk dezelfde zijn als die bij type 1 diabetes mellitus. Mede als gevolg van een verhoogde bloedglucose is er een verminderde weerstand tegen infecties en kunnen infecties verergeren en/of veel te traag of niet genezen. Bij een acute infectieziekte ontregelt de bloedglucose al snel en zullen klachten en symptomen duidelijk toenemen.

Wat is type 1 diabetes mellitus ?

diabetes melissa photo

In de eilandjes van Langerhans ziet men infiltratie van lymfocyten, en in het serum zijn vaak auto-antistoffen gericht tegen de eilandjes van Langerhans of het enzym glutaminezuurdecarboxylase (GAD) aantoonbaar. Het ontstaan wordt bepaald door een zekere mate van erfelijke aanleg in combinatie met invloeden van buitenaf. Zowel virusinfecties als voedingsbestanddelen (zoals koemelk) zijn hierbij onderwerp van onderzoek. De preciese erfelijke aanleg ligt waarschijnlijk in het HLA systeem: sommige HLA-allelen (DR3en DR4) komen bij deze patiënten vaker voor, andere (DR2en DR7) minder vaak. Klinisch is er een verband tussen type 1 diabetes en het vóórkomen van andere auto-immuunziekten. De ziekte begint meestal plotseling op jeugdige leeftijd (maar soms ook op oudere leeftijd) met klachten van dorst, polyurie, vermagering, vermoeidheid en/of ketoacidose. In Nederland is de incidentie bij kinderen tot 14 jaar 13,2 per 100.000 per jaar.

De klachten en verschijnselen zijn duidelijk van aard en hebben een snel beloop.

  • Veel plassen.
  • Hevige dorst.
  • Hongergevoel.
  • Vermagering.
  • Moeheid.
  • Slechte visus (tijdelijk).
  • Jeuk.
  • Ziektegevoel.
  • Verminderde weerstand tegen infecties, bijvoorbeeld tegen griep.

Infecties zoals:

  • Urineweginfecties, schimmelinfecties aan voeten, geslachtsorganen.
  • Slechte en vertraagde wondgenezing.

De diagnose wordt gesteld, meestal naar aanleiding van klachten en symptomen, op basis van controle van de bloedglucose en het HbA1c. In sommige situaties kan het aangewezen zijn om  laboratoriumonderzoek te doen naar de aanwezigheid van antistoffen gericht tegen de bètacellen van de pancreas.

De behandeling van type 1 diabetes bestaat uit educatie, een persoonlijk voedingsadvies en insulinetherapie.

De glucosewaarde in het bloed stijgt boven 10 mmol/l (varieert normaal tussen 4 en 8 mmol/l). De nieren zullen boven circa 10 mmol/l glucose doorlaten in de urine → glucosurie. Het insulinetekort veroorzaakt afbraak van vetweefsel, waardoor vetzuren vrijkomen in het bloed. Deze vetzuren worden door de lever omgezet in ketonlichamen die een verzuring van het bloed veroorzaken. De reactie van het lichaam hierop is uitscheiding van ketonen zowel in de urine als via de huid en de ademhaling (acetongeur). Zonder behandeling met insuline zal de geleidelijk verergerde verzuring een keto-acidotisch coma veroorzaken.

Directe complicaties kunnen ontstaan doordat de patiënt bij verhoogde bloedglucosewaarden een verhoogd risico heeft op infecties. Late complicaties van bloedvaten, ogen, nieren en zenuwen zijn bijkomende ziekteverschijnselen bij diabetes mellitus die pas bij langdurig hoge bloedglucosewaarden kunnen optreden.

Photo by .:[ Melissa ]:.

 

Wat is HbA1c ?

hba1cv2Voor objectieve waarneming van de glucoseregulatie in het bloed, is naast controle van de bloedglucose ook de laboratoriumcontrole van het HbA1c van belang. De HbA1c-waarde geeft een beeld van de gemiddelde bloedglucosewaarde in de afgelopen 5-6 weken en geeft, samen met de gemeten bloedglucosewaarden op verschillende tijdstippen, een indicatie hoe de behandeling van de diabetes verloopt.

Vanaf 6 april 2010 is de eenheid van de HbA1c-waarde veranderd. Deze was uitgedrukt in percentage, maar wordt nu weergegeven in mmol/mol. De getallen veranderen hierdoor. Zo wordt een HbA1c-waarde van 7% in de nieuwe eenheid gerapporteerd als 53 mmol/mol. Een daling van 1% is een daling nu van 11 mmol/mol. De reden die voor de verandering werd opgegeven was wereldwijde harmonisatie. Aangezien aan de waarde zoals die in Nederland wordt gemeten helemaal niets is veranderd, is deze verandering eigenlijk weinig zinvol geweest, zeker omdat miljoenen mensen met diabetes en hun hulpverleners prima met de ‘oude’ waarden uit de voeten konden.

Streefwaarden: volwassenen 7.0%, 53 mmol/l, kinderen 7.5%, 58 mmol/l. Voor ouderen zijn de streefwaarden iets minder strict.

Bij volwassenen en kinderen zonder diabetes zijn de normale HbA1c waarden 4.2-6.1%, : 20 – 42 mmol/l.

 

Prevalentie van diabetes mellitus

De prevalenties van type 1 en van type 2 diabetes nemen snel toe. Type 2 diabetes is verantwoordelijk voor meer dan 90% van de gevallen . Deze aandoening heeft inmiddels epidemische vormen aangenomen. Naar schatting zijn er meer dan 180 miljoen mensen met diabetes wereldwijd, en dit aantal zal in het jaar 2030 zijn toegenomen tot meer dan 360 miljoen. . – In Nederland waren er in 2012 circa 900.000 mensen met diabetes;  Jaarlijks komen er ongeveer 71.000 mensen met diabetes bij. Het RIVM voorspelt dat het aantal personen met diabetes tussen 2005 en 2025 met een derde toeneemt. Daarmee heeft diabetes de sterkste stijging onder de chronische aandoeningen;

Naar schatting zijn er op dit moment nog eens 750.000 mensen met een verhoogd risico om in de komende jaren diabetes te ontwikkelen.

(more…)