Select Page

Kans op hypoglycemie met sulfonylurea

ScreenHunter_266 Jul. 14 21.17

Onderzoekers uit Maastricht publiceerden recent dit belangwekkende artikel.

Title: Risk of hypoglycaemia in users of sulphonylureas compared with metformin in relation to renal function and sulphonylurea metabolite group: population based cohort study.
Objective: To determine the association between use of sulphonylureas and risk of hypoglycaemia in relation to renal function and sulphonylurea metabolic group compared with use of metformin.
Design: Population based cohort study using routinely collected data from general practices in England.
Conclusions: Sulphonylurea treatment in patients with a renal function of less than 30 mL/min/1.73 m2 should be considered with caution. Moreover, an increased risk of hypoglycaemic events was observed among all users of sulphonylureas. This contrasts with several guidelines that recommend gliclazide as first choice sulphonylurea, and therefore requires further investigation.

Read the full article at: http://www.bmj.com/content/354/bmj.i3625

 

The genetic architecture of type 2 diabetes

ScreenHunter_265 Jul. 14 21.09

The genetic architecture of common traits, including the number, frequency, and effect sizes of inherited variants that contribute to individual risk, has been long debated. Genome-wide association studies have identified scores of common variants associated with type 2 diabetes, but in aggregate, these explain only a fraction of the heritability of this disease. Here, to test the hypothesis that lower-frequency variants explain much of the remainder, the GoT2D and T2D-GENES consortia performed whole-genome sequencing in 2,657 European individuals with and without diabetes, and exome sequencing in 12,940 individuals from five ancestry groups. To increase statistical power, we expanded the sample size via genotyping and imputation in a further 111,548 subjects. Variants associated with type 2 diabetes after sequencing were overwhelmingly common and most fell within regions previously identified by genome-wide association studies. Comprehensive enumeration of sequence variation is necessary to identify functional alleles that provide important clues to disease pathophysiology, but large-scale sequencing does not support the idea that lower-frequency variants have a major role in predisposition to type 2 diabetes.

Read the full article at: http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/full/nature18642.html

 

Diabetesvereniging Nederland (DVN) bezorgd over opstelling MENZIS

nieuws photoBron: website DVN.

” Diabetesvereniging Nederland (DVN) is bezorgd over de wijze waarop Menzis momenteel invulling geeft aan zijn verantwoordelijkheden als zorgverzekeraar. Wij signaleren dat Menzis in zijn beleid systematisch patiënten en zorgverleners negeert, en zich in toenemende mate isoleert van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Diabetesvereniging Nederland heeft hierover een brief gestuurd aan de Raad van Bestuur van Menzis.
Nauwe contacten
Diabetesvereniging Nederland onderhoudt nauwe contacten met diverse zorgverzekeraars, om samen te werken aan thema’s die voor mensen met diabetes van belang zijn. We voeren bijvoorbeeld gesprekken over de inkoop van zorg voor mensen met diabetes. Hiermee helpen we samen de diabeteszorg vooruit. Helaas geldt dit niet voor Menzis, dat zich als enige zorgverzekeraar continu onttrekt aan daadwerkelijke afstemming en overleg. Dit is onnodig en ongewenst, en leidt tot onrust onder patiënten en zorgverleners. Bovendien leidt het tot fouten, zoals bij het voorgenomen preferentiebeleid van Menzis over insuline. Die fout heeft Menzis hersteld, maar deze had makkelijk voorkomen kunnen worden.
Geïsoleerd
Ons tweede punt van zorg is dat Menzis zich in toenemende mate isoleert van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Een zorgverzekeraar dient goede zorg te faciliteren, niet te definiëren. Hiervoor is een goede relatie met de andere partijen in de zorgdriehoek (artsen en patiënten) een vereiste. Als een zorgverzekeraar zich aan deze verantwoordelijkheid onttrekt, dan raakt hij geïsoleerd. Afgelopen week zagen we daarvan weer een voorbeeld. Menzis heeft het diabeteszorgveld geconfronteerd met indicatiecriteria voor insulinepomptherapie, die Menzis eenzijdig heeft opgesteld. “We vinden het onacceptabel dat een zorgverzekeraar bepaalt hoe groot de schommelingen in de glucose moeten zijn, wil de patiënt voor insulinepomptherapie in aanmerking komen”, legt directeur Olof King van Diabetesvereniging Nederland uit. “Menzis gaat hier op de stoel van de behandelaar zitten.”
Wat doet DVN?
In de brief heeft Diabetesvereniging Nederland Menzis nogmaals uitgenodigd om met ons en artsen in overleg te gaan. Daarnaast heeft de DVN Menzis wederom opgeroepen om de voorgenomen besluiten over de inkoop van insuline biosimilars en diabeteshulpmiddelen (inclusief de indicatiecriteria voor insulinepomptherapie) in te trekken.”

De resultaten van de EMPA-REG OUTCOME studie

empaOp 17 September 2016 zijn de resultaten van de EMPA-REG studie wereldkundig gemaakt. In de grote Hellerstrom zaal in het congrescentrum van Stockholm werden de belangrijkste bevindingen door alle aanwezigen, artsen, verpleegkundigen etc. enthousiast ontvangen.

Behandeling met empagliflozin -bovenop bestaande behandeling met o.a. ACE-remmers, cholesterolverlagers, insulin (in50% van de deelnemers)- had in een groep van ruim 7000 patienten met type 2 diabetes met bestaande hart- en vaatziekte, en dus een hoog cardiovasculair risico, die gemiddeld 3.1 jaar waren gevolgd, de volgende effecten:

  • 14 % vermindering van de primaire uitkomstparameter, de combinatie van sterfte door een cardiovasculaire oorzaak, niet-fataal myocardinfarct, en niet-fatale beroerte.
  • 38 % vermindering van cardiovasculaire sterfte
  • 35 % vermindering van opname in een ziekenhuis vanwege hartfalen
  • 32 % vermindering van overall sterfte.

De gunstige effecten van de behandeling waren al binnen een half jaar zichtbaar. belangrijkste bijwerking waren, zoals al bekend uit eerdere kortlopende studies met het middel empagliflozin, genitale infecties.

De studie heeft circa 3 jaar geduurd. Er zijn geen andere studies die hebben laten zien dat een middel, dat bedoeld is om de bloedglucose waarden zo goed mogelijk te reguleren, een gunstig effect heeft op cardiovasculaire eindpunten, ook niet metformine. Het is goed om te realiseren dat in de UKPDS, in een subgroup van 342 obese patienten met recent vastgestelde diabetes, metformine na 3 jaar GEEN ENKEL effect op cardiovasculaire eindpunten had. Dat effect werd pas bereikt na zo’n jaar of 8 (acht).

De resultaten verschenen op het zelfde moment online bij het New England Journal of Medicine.

Empagliflozin wordt in Nederland op de markt gebracht door Boehringer Ingelheim en Eli Lilly.

 

MIDD, Maternally Inherited Diabetes and Deafness

MIDD, ofwel Maternally Inherited Diabetes and Deafness, is een zeldzame, mitochondriëel erfelijke vorm van diabetes mellitus, waarbij de pancreas onvoldoende insuline afgeeft en vaak gepaard gaat met doofheid of slechthorendheid en soms ook met andere problemen, zoals nierproblemen en spierzwakte. MIDD wordt doorgegeven van moeder op kind en komt in Nederland bij minder dan 1% van de mensen met diabetes voor. MIDD wordt meestal tussen het 30e en 40e levensjaar ontdekt, heeft zowel kenmerken van type 1 als type 2 diabetes en verschilt in vorm en ernst per persoon.
De bijbehorende doofheid of slechthorendheid treedt meestal 10 tot 15 jaar eerder op voordat de diabetes ontstaat. Veel mensen met MIDD hebben door de stoornis in de mitochondriën ook problemen met de energiestofwisseling in de spieren, en daardoor bij inspanning snel klachten van spierpijn en vermoeidheid.
Met genetisch onderzoek kan MIDD worden aangetoond. MIDD wordt vermoed als de moeder diabetes heeft en bovengenoemde problemen zich voordoen. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven. Dit is vooral van belang omdat bepaalde medicijnen, zoals metformine en statines, bij deze patiënten zijn gecontraïndiceerd.

 

LADA, Latent Autoimmune Diabetes in Adults

LADA, ofwel Latent Autoimmune Diabetes in Adults, is een ‘sluimerende vorm’ van type 1 diabetes bij volwassenen en ontstaat meestal boven de 35 jaar. Bij het ontstaan van LADA spelen zowel genetische als omgevingsfactoren een rol.
Naar schatting hebben meer dan 15% van de mensen met de diagnose type 2 diabetes eigenlijk de LADA vorm. Over het algemeen is er geen sprake van overgewicht. LADA wordt nog vaak gediagnosticeerd als type 2 diabetes en als zodanig behandeld.
Wanneer echter bij een volwassene diabetes ontstaat en er is geen sprake van overgewicht, is het belangrijk om tijdig nader te onderzoeken of het om de LADA-vorm gaat, er kan dan zo snel mogelijk met insulinebehandeling gestart worden. Mogelijk kan dat helpen om het afbraakproces van de bètacellen af te remmen, zodat de eigen insulineproducerende cellen langer behouden kunnen worden.
Bloedonderzoek naar antistoffen tegen de insulineproducerende bètacellen kan helpen om de diagnose LADA te stellen.