Select Page

Kans op hypoglycemie met sulfonylurea

ScreenHunter_266 Jul. 14 21.17

Onderzoekers uit Maastricht publiceerden recent dit belangwekkende artikel.

Title: Risk of hypoglycaemia in users of sulphonylureas compared with metformin in relation to renal function and sulphonylurea metabolite group: population based cohort study.
Objective: To determine the association between use of sulphonylureas and risk of hypoglycaemia in relation to renal function and sulphonylurea metabolic group compared with use of metformin.
Design: Population based cohort study using routinely collected data from general practices in England.
Conclusions: Sulphonylurea treatment in patients with a renal function of less than 30 mL/min/1.73 m2 should be considered with caution. Moreover, an increased risk of hypoglycaemic events was observed among all users of sulphonylureas. This contrasts with several guidelines that recommend gliclazide as first choice sulphonylurea, and therefore requires further investigation.

Read the full article at: http://www.bmj.com/content/354/bmj.i3625

 

De resultaten van de EMPA-REG OUTCOME studie

empaOp 17 September 2016 zijn de resultaten van de EMPA-REG studie wereldkundig gemaakt. In de grote Hellerstrom zaal in het congrescentrum van Stockholm werden de belangrijkste bevindingen door alle aanwezigen, artsen, verpleegkundigen etc. enthousiast ontvangen.

Behandeling met empagliflozin -bovenop bestaande behandeling met o.a. ACE-remmers, cholesterolverlagers, insulin (in50% van de deelnemers)- had in een groep van ruim 7000 patienten met type 2 diabetes met bestaande hart- en vaatziekte, en dus een hoog cardiovasculair risico, die gemiddeld 3.1 jaar waren gevolgd, de volgende effecten:

  • 14 % vermindering van de primaire uitkomstparameter, de combinatie van sterfte door een cardiovasculaire oorzaak, niet-fataal myocardinfarct, en niet-fatale beroerte.
  • 38 % vermindering van cardiovasculaire sterfte
  • 35 % vermindering van opname in een ziekenhuis vanwege hartfalen
  • 32 % vermindering van overall sterfte.

De gunstige effecten van de behandeling waren al binnen een half jaar zichtbaar. belangrijkste bijwerking waren, zoals al bekend uit eerdere kortlopende studies met het middel empagliflozin, genitale infecties.

De studie heeft circa 3 jaar geduurd. Er zijn geen andere studies die hebben laten zien dat een middel, dat bedoeld is om de bloedglucose waarden zo goed mogelijk te reguleren, een gunstig effect heeft op cardiovasculaire eindpunten, ook niet metformine. Het is goed om te realiseren dat in de UKPDS, in een subgroup van 342 obese patienten met recent vastgestelde diabetes, metformine na 3 jaar GEEN ENKEL effect op cardiovasculaire eindpunten had. Dat effect werd pas bereikt na zo’n jaar of 8 (acht).

De resultaten verschenen op het zelfde moment online bij het New England Journal of Medicine.

Empagliflozin wordt in Nederland op de markt gebracht door Boehringer Ingelheim en Eli Lilly.

 

Metformine en hart- en vaatziekten

ScreenHunter_01 Sep. 06 14.47Er wordt veel geschreven over het voorkomen van hart- en vaatziekten bij mensen met type 2 diabetes. Er zijn ‘believers’ die hartstochtelijk geloven dat metformine, het middel dat als eerste keuze wordt gebruikt bij de behandeling, het ontstaan van hart- en vaatziekten vermindert. Onderstaand vindt u de samenvatting van een interessante analyse uit 2012, waaruit blijkt dat de gegevens volstrekt onvoldoende zijn om aan metformine een positief effect toe te kennen.
De editor van Plos MEDICINE schrijft in een commentaar:
These findings show no evidence that metformin has any beneficial effect on all-cause mortality, on cardiovascular mortality, or on cardiovascular morbidity among patients with type 2 diabetes.”

Bron:
https://journals.plos.org/plosmedicine/article?id=10.1371/journal.pmed.1001204#abstract2

Background
The UK Prospective Diabetes Study showed that metformin decreases mortality compared to diet alone in overweight patients with type 2 diabetes mellitus. Since then, it has been the first-line treatment in overweight patients with type 2 diabetes. However, metformin-sulphonylurea bitherapy may increase mortality.

Methods and Findings
This meta-analysis of randomised controlled trials evaluated metformin efficacy (in studies of metformin versus diet alone, versus placebo, and versus no treatment; metformin as an add-on therapy; and metformin withdrawal) against cardiovascular morbidity or mortality in patients with type 2 diabetes. We searched Medline, Embase, and the Cochrane database. Primary end points were all-cause mortality and cardiovascular death. Secondary end points included all myocardial infarctions, all strokes, congestive heart failure, peripheral vascular disease, leg amputations, and microvascular complications. Thirteen randomised controlled trials (13,110 patients) were retrieved; 9,560 patients were given metformin, and 3,550 patients were given conventional treatment or placebo. Metformin did not significantly affect the primary outcomes all-cause mortality, risk ratio (RR) = 0.99 (95% CI: 0.75 to 1.31), and cardiovascular mortality, RR = 1.05 (95% CI: 0.67 to 1.64). The secondary outcomes were also unaffected by metformin treatment: all myocardial infarctions, RR = 0.90 (95% CI: 0.74 to 1.09); all strokes, RR = 0.76 (95% CI: 0.51 to 1.14); heart failure, RR = 1.03 (95% CI: 0.67 to 1.59); peripheral vascular disease, RR = 0.90 (95% CI: 0.46 to 1.78); leg amputations, RR = 1.04 (95% CI: 0.44 to 2.44); and microvascular complications, RR = 0.83 (95% CI: 0.59 to 1.17). For all-cause mortality and cardiovascular mortality, there was significant heterogeneity when including the UK Prospective Diabetes Study subgroups (I2 = 41% and 59%). There was significant interaction with sulphonylurea as a concomitant treatment for myocardial infarction (p = 0.10 and 0.02, respectively).

Conclusions
Although metformin is considered the gold standard, its benefit/risk ratio remains uncertain. We cannot exclude a 25% reduction or a 31% increase in all-cause mortality. We cannot exclude a 33% reduction or a 64% increase in cardiovascular mortality. Further studies are needed to clarify this situation.

 

Lixisenatide en liraglutide bij T2D

 

In een recent online gepubliceerde studie vergeleken Meier et al de overeenkomsten en verschillen tussen de GLP1 receptor agonisten lixisenatide en liraglutide. Lixisenatide had een sterker effect in het vertragen van de maagontlediging en verminderen van de stijgingen van bloedglucose waarden na een maaltijd, maar gaf ook iets meer hypoglycemieën.

Hun conclusie: “This mechanistic trial compared the pharmacodynamics and safety of lixisenatide and liraglutide in combination with optimized insulin glargine with/without metformin in type 2 diabetes (T2D). Lixisenatide and liraglutide improved glycemic control in optimized insulin glargine-treated T2D albeit with contrasting mechanisms of action and differing safety profiles”.  Het volledige artikel vindt u op: https://care.diabetesjournals.org/content/early/2015/04/15/dc14-1984.abstract

 

Minder cardiovasculaire complicaties bij combi metformine/TZD en metformine/GLP1RA

ScreenHunter_02 May. 05 21.25Een retrospectieve analyse van meer dan 13.000 patiënten in een grote ziekenhuis database leverde het volgende op:
1. een 10% hoger risico op hartfalen bij de combinatie van metformine en een DPP4 remmer (niet vermeld welke, waarschijnlijk niet één specifiek, maar er zijn verschillen tussen verschillende DPP4-remmers; slechte conclusie dus).
2. een 14% lagere sterfte bij combinatie van metformine met een thiazolidine (significant met p=0.05)
3. een 44% lagere sterfte bij combinatie van metformine met een GLP1-receptor agonist; dit was vanwege de kleine aantallen (slechts 433 patiënten) juist niet statistisch significant, p-waarde was 0.08.
Bron: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/1753-0407.12301/abstract;jsessionid=13094796F237DF262BE2552068D98DC7.f04t04

 

Hypoglycemie bij insuline behandeling

hypoHet bloedglucose verlagende effect van insuline wordt bij het gezonde individu zeer snel tegengewerkt door glucagon en adrenaline. Cortisol en groeihormoon hebben een uitgesteld effect en zijn van belang voor de tegenregulatie tijdens vasten. Bij de patiënt met type 1 diabetes, zeker wanneer deze langer dan 10 – 15 jaar bestaat, reageren de A-cellen vaak niet meer op hypoglycemie en op den duur kan ook de adrenalinesecretie onvoldoende worden.

Het wordt voor de patiënt dan steeds moeilijker een hypoglycemie op te merken. Dit heet ‘hypoglycemia unawareness’: de patiënt is zich niet bewust van de hypoglycemie, mist de klassieke symptomen, en kan daardoor in een door neuroglycopenie veroorzaakt coma belanden. Het is lang niet zeker dat dit beeld vooral aan insufficiënte hormonale tegenregulering moet worden toegeschreven. De cognitieve disfunctie kan ook samenhangen met veranderingen in de drempelwaarde voor het transport van glucose uit het bloed naar de hersenen. (more…)